Gebruiksklassen van robiniahout.
Bij de keuze van de houtsoort moeten verschillende criteria in acht genomen worden, afhankelijk van het gewenste gebruik. Het eerste criterium is de gebruiksklasse. De gebruiksklasse of risicoklasse is vastgeled in de Europese norm EN 335-2013. Deze Europese norm definieert vijf risocoklassen die oevereenkomen met de verschillende situaties waaraan hout kan worden blootgesteld. Deze klassen zijn samengevat in de onderstaande tabel:

Volgens de Europese norm is robiniahout als enige Europese soort geschikt voor gebruik in risicoklasse 4: "buitenshuis gebruik in contact met de grond en zoet water, permanent blootgesteld aan vocht". Enkele tropische soorten zoals iroko en Ipe zijn ook geschikt voor gebruik in risicoklasse 4. Echter leggen deze tropische houtsoorten duizenden kilometers af voor ze in Europa aankomen, wat een zware impact heeft op hun ecologische voetafdruk. Bovendien wordt het duurzaam beheer van sommige van deze tropische bossen niet altijd gerespecteerd. Op Europees niveau proberen twee soorten hout te concurreren met robiniahout, namelijk eik en kastanje. Deze twee soorten zijn echter ingedeeld in klasse 3, ze kunnen buiten worden gebruikt, maar zonder contact met de bodem en permanente vochtigheid.
Wat de natuurlijke duurzaamheid betreft, is robiniahout volgens de Europese norm EN 350:2016 ingedeeld in klasse 1-2 (zeer duurzaam tot duurzaam), zoals Moabi, Teak of Ipe (zie onderstaande tabel). Onze ervaring: tot 30 jaar in de grond zonder behandeling, afhankelijk van de bodem, en tot 60 jaar boven de grond.
Eik en kastanje zijn ingedeeld in klasse 2 (duurzaam); in de grond geeft onze ervaring 10 tot 15 jaar voor eik en 15 tot 20 jaar voor tamme kastanje.
Duurzaamheidsklassen van hout (© DIN EN 350-2)

